Kinderen en de Teckel

Teckeltje.nl

Voor Teckelinfo, Teckelpups én dekreuen


teckel kind
Kinderen en Teckels zijn meestal elkaars beste kameraadjes. Het verzorgen van een huisdier kan heel goed zijn voor de ontwikkeling van een kind. Toch dienen de hond èn het kind samen een opvoeding te krijgen, ze horen elkaars plaats te weten.

Een teckel is een kleine hond met een flink gebit dat hij oorspronkelijk nodig had tijdens zijn werk onder de grond, het bevechten van de vos en de das. In de tijden dat men nog niet beschikte over geweren van de kwaliteit van tegenwoordig en toen de mens voor zijn vleesvoorziening zelf voor een groot deel nog op jacht moest gaan, vervulde de kleine dappere teckel een grote taak. Hij diende de mens met het "bestrijden" van de natuurlijke jagers de vos en das. De kleine teckel had daarvoor zijn gebit en... zijn karakter van taaie vasthoudendheid, tegenwoordig vertaald in eigenwijsheid.

Leer een kind van jongsaf aan dat de hond geen speelgoed is, dat hij de hond met rust moet laten als de hond niet om aandacht vraagt. Wegens de kwetsbare rug is het beter de pup uit de handen van heel jonge kinderen te houden, daar deze nogal eens de neiging hebben om met het kleine hondje te slepen en te sjouwen, waardoor schade aan de wervelkolom kan ontstaan (maar in wezen geldt dit voor ieder hondenras!). Als kinderen zo van jongsaf aan opgroeien met een hond is de kans op problemen erg gering.

Een pup kent de socialisatieregels naar mensen toe nog niet helemaal. Het bijten kan wat te hard gaan. Grotere kinderen kunnen hier prima mee overweg (met wat hulp van de ouders), maar de kleinere kinderen kunnen hier moeite mee hebben. Het contact tussen kinderen en de pup en feitelijk ook de oudere hond) moet altijd onder supervisie plaatsvinden. Zelfs wanneer de hond al precies weet wat wel en niet mag.

Een hond kan springerig zijn, wat lomp en onverwachte bewegingen maken, zodat een kind per ongeluk omver wordt gelopen. Kleine kinderen kunnen, net als jonge honden, wat onvoorspelbaar zijn. De hond zal zeer waarschijnlijk veel (zelfs te veel) accepteren van wat kinderen doen. Zelfs wanneer dit pijn doet. Er kan een moment komen dat de grens bereikt is. Zorg dat dit niet aan de orde is en spreek duidelijke regels af met de kinderen die in de buurt van de hond komen, ook de kinderen die op bezoek komen. 

Het is belangrijk dat, ook in het bijzonder wanneer hij/zij volwassen wordt, het heel duidelijk is dat de hond onderaan in de rangorde staat. Gedurende de ‘pubertijd’ zal de hond misschien uittesten wat zijn/haar plaats precies is in de hiërarchie van het gezin. Een hond die eerder ‘pesterijen’ accepteerde zoals het trekken aan oren of het grijpen van de staart, wordt ineens niet meer geaccepteerd.

Een hond beschouwt een kind niet (direct) als zijn baas, de kans is zeker aanwezig dat de hond een kind meer ziet als zijn gelijke. Daarom accepteert een hond bepaalde dingen wel van een volwassene, maar niet van kinderen. Zijn/haar reactie daarop kan zijn dat hij/zij van zich afbijt. Ookal kan een Teckel over het algemeen al snel goed gehandled worden door een kind, houdt er rekening mee, dat buiten ook andere honden zijn die minder aardig kunnen zijn. Een aantal regels op een rij:
1. Kinderen kunnen niet de verantwoordelijkheid over een hond dragen. Dat betekent dat kinderen over het algemeen niet zonder volwassene met een hond kunnen gaan wandelen, en niet zonder risico’s met een hond alleen kunnen worden gelaten. 
2.  Kinderen mogen een hond niet storen terwijl hij/zij eet of drinkt en wanneer hij/zij slaapt.
3.  Kinderen mogen de hond alleen commando’s geven onder toezicht van een volwassene. 
4.  Kinderen mogen – in het bijzijn van een volwassene – wel zoek en apporteerspelletjes doen, maar geen trek- of andere machtspelletjes met de hond doen. 
5.  Kinderen mogen niet rennen of gillen in de nabijheid van een hond. Ook moeten ze hun handen laag houden. Anders kan het zijn dat de hond juist naar hen toekomt en tegen hen opspringt, denkend dat de kinderen willen spelen.
6.  Kinderen moeten niet onophoudend, zonder reden de naam van de hond noemen. Dit kan tot nervositeit leiden en bovendien de attentiewaarde van de naam verminderen.
7.  Kinderen mogen een aangelijnde hond alleen dan aaien wanneer ze toestemming hebben gevraagd. Eerst aan de volwassene die het kind begeleidt, dan aan de eigenaar / begeleider van de hond en dan aan de hond zelf. Ze mogen de hond alleen kriebelen onder zijn/haar oor of aan de zijkanten aaien, richting staart. Een niet-aangelijnde mogen ze aaien, wanneer ze eerst toestemming hebben zoals bij de aangelijnde hond, en dan alleen wanneer de hond uit zichzelf naar het kind toekomt.
8.  Een kind dat er geen behoefte aan heeft om een hond te aaien, kan een hond het beste negeren. De hond zal zijn belangstelling voor het kind dan vlug laten varen. Elke reactie op zijn aanwezigheid moedigt de hond alleen maar aan om naar het kind toe te gaan.